Skip to content

intentie

Ik pleeg het telefoontje dat ik blijf uitstellen

@lullabyleo Narrated by Bret Rose 2:36 34 shots

0:00 2:36

Ik heb gebeld. Het ligt nu achter me, en de kamer is stiller dan hij in weken geweest is. Ik ga precies onthouden hoe klein het bleek te zijn, want ik ga die herinnering nodig hebben de volgende keer dat er zo eentje ongebeld in mijn agenda staat, stilletjes zwaarder te worden. Wat er hierna ook gebeurt, het deel dat aan mij was is klaar. Ik heb het moeilijke gedaan terwijl het nog moeilijk was, en dat is het enige moment waarop het ergens voor telt. Vier minuten. Dat was het in werkelijkheid.

Mijn hand is nog warm van de telefoon. Waar ik me ook op geschrap had, het kwam niet in de vorm die ik ervoor gebouwd had. Ik merk dat ik sta, en ik weet niet meer dat ik dat de afgelopen minuten ergens besloten heb. Er staat een glas water dat ik voor het bellen heb ingeschonken en nooit aangeraakt. De middag buiten is doorgegaan zonder enig idee dat hier net iets veranderd is.

Ik heb dit een maand gerepeteerd. Elke versie die ik me voorstelde liep slecht af, en geen van die versies is ooit gebeurd, want dat gingen ze ook nooit doen. Dat is het deel waar het de moeite waard is bij stil te staan. Mijn hoofd produceerde ongeveer dertig gedetailleerde simulaties van een ramp en bracht me voor elk daarvan de volle prijs in rekening. De echte gebeurtenis duurde vier minuten en leek op geen van allen. Ik heb een maand betaald voor iets van vier minuten, en ik heb diezelfde ruil vaker gemaakt dan ik eerlijk zou willen optellen.

De angst was altijd groter dan het telefoontje. Dat is bijna altijd waar, en dat weten maakt de angst niet kleiner, maar het maakt hem wel te overleven, en dat is een andere en veel bruikbaardere soort hulp. Angst is geen voorspelling. Het is een zeer zelfverzekerde verteller zonder enige toegang tot de feiten. Ik hoef hem niet te geloven om te handelen, en het heeft me beschamend lang gekost om bij die zin uit te komen. Wachten tot ik het niet meer voel is precies hoe een maand een jaar wordt en een jaar nooit. Iets wat ik vermijd groeit recht evenredig met hoe lang ik het vermijd, en krimpt op het moment dat ik het aanraak.

Dus ik schrijf de eerste zin op. Alleen de eerste. En dan bel ik voor ik hem herlees, want herlezen is precies het mechanisme waarmee dit nog een maand wordt uitgesteld, en dat weet ik nu van mezelf. Het gat tussen opschrijven en bellen is waar elke eerdere poging stilletjes gestorven is. Ik dicht dat gat met opzet, vanavond, nu ik het nog helder kan zien.

Klaar. Niet sierlijk, niet perfect. Klaar, en dat is de enige versie die ooit ergens voor ging tellen. Dat is de hele methode.